17 Babyloniënbroek

Hemelsbreed zo’n 2,5 km ten noordoosten van het vestingstadje Heusden ligt de buurtschap Bern, bestaande uit vijf straten, waar in totaal 37 mensen wonen. In het begin van de 12e eeuw woonde hier Fulco van Berne, ‘een fier en dapper man, een uitmuntend ridder in de strijd, fel jegens zijn vijanden, wreker van onrecht, maar allerzachtmoedigst onder zijn eigen mensen’ – zo staat het althans in de Chronicon Bernense.*

Deze Fulco dan bezat de zeer sterke burcht Berne, waarin een voortreffelijke toren stond, met daaromheen een muur. In de voorburcht bevond zich een stenen kapel, waarin een kapelaan dagelijks de mis opdroeg. Bij de burcht lagen boomgaard en moestuin. In deze burcht doorstond hij standvastig de dood en verderf zaaiende aanvallen van velen, namelijk van de hertog van Brabant, de graaf van Holland, Herman van Heusden en anderen.

Na de beschrijving van een aantal van dit soort confrontaties gaat de kroniek verder met de apotheose van het eerste deel van het verhaal:

Een andere keer, toen Fulco door de Bommelerwaard trok, legden zijn vijanden hem een hinderlaag bij het dorp Hemert. Hij zat geharnast te paard en aangezien er geen ruimte was om te ontsnappen, vluchtte hij over de rivierdijk en sprong met zijn paard van de hoge oever in de rivier. En het mag een wonder heten: zijn paard heeft hem over de diepe rivierbodem ongedeerd naar de andere oever, naar de burcht, gedragen. En terwijl hij zich in zo’n groot gevaar bevond, heeft hij God de gelofte gedaan dat hij zichzelf en zijn gehele bezit aan Zijn dienst zou opdragen.

Paneel met de legende van Fulco. (Bron: De legende van de stichting van de Abdij van Berne door Fulco, ca. 1570-1600, Museum voor Religieuze Kunst Uden).

Kort daarna vatte Fulco weerzin op tegen de verlokkingen van de wereld en de ijdelheden van het aardse leven, en vanuit het diepst van zijn hart begon hij te overdenken hoe hij God kon dienen en zijn hele bezit ten dienste van God kon stellen.

Kennelijk was het Fulco ernst en in 1132 verzocht hij de abt van het Benedictijner klooster in Rolduc om hem een aantal kloosterlingen te sturen om samen met hen een nieuw klooster op te bouwen. De abt voldeed aan het verzoek, maar de onderneming werd geen succes en na een jaar werden de benedictijnen teruggestuurd naar Rolduc, ‘omdat ze vlees en wijn wilden gebruiken en te weelderig leven, en Christus’ armoede niet wilden navolgen.’

Vervolgens wendde Fulco zich tot de abt van het premonstratenzer klooster in Mariënweerd met een soortgelijk verzoek. Abt Robert van Mariënweerd reageerde positief en bij de uitwerking van de plannen werd ook de Utrechtse bisschop Andreas van Cuyck betrokken. Op 3 augustus 1134 bezegelde deze een oorkonde, waarin de overeenkomst tussen Fulco en zijn vrouw Bescala enerzijds en anderzijds abt Robert werd vastgelegd: Fulco en Bescala deden afstand van al hun bezittingen, abt Robert leverde de gewenste kloosterlingen.

Hierna heeft heer Fulco deze hachelijke wereld verlaten en zich aan het juk van Christus onderworpen; hij heeft zich in ons habijt gehuld en daarin vijftien jaar geleefd. Was hij vroeger hoogmoedig, nu werd hij zo nederig dat hij de kalveren hoedde. (…)
Zijn echtgenote, vrouwe Bescela, heeft de praal van deze wereld verlaten en het nonnenhabijt aangenomen; met de zusters die zij uit de wereld had aangetrokken poogde zij een klooster te stichten te Babiloniënbroek, maar die plaats beviel haar niet omdat het er moerassig was. Vandaar vertrok ze naar Woerd en daar bouwde ze een klooster (…).

Babyloniënbroek grenst direct aan Dussen (zie het kaartje bij aflevering 16). Uit latere documenten weten we dat de abdij van Berne hier beschikte over een uithof. Uit het feit dat vrouwe Bescela omstreeks 1140 overwoog om zich hier te vestigen, mogen we opmaken dat inmiddels ook in Babyloniënbroek een begin was gemaakt met het ontginnen van de woeste gronden.

De gebouwen van de abdij van Berne zijn verwoest aan het begin van de 80-jarige oorlog, maar de abdij is uiteindeijk herrezen in Heeswijk. Ik was er in november 2021; een verslag van mijn bezoek vind je hier.

__________
* De Chronicon Bernense is in 1987 uitgegeven door H. van Rij onder de titel Het stichtingskroniekje van de Abdij van Berne. Alle citaten zijn ontleend aan zijn vertaling.

[8 maart 2022]

Inhoud.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: