19 Jacob van Dussen in Brugge

Graaf Dirk VI werd in 1157 zonder binnenlandse onlusten opgevolgd door zijn oudste zoon Floris III, maar deze kwam daarna al snel in conflict met de graaf van Vlaanderen. Inzet was de tolheffing bij Geervliet.

Het dorpje Geervliet lag (en ligt) op het eiland Putten, ongeveer waar het riviertje de Bernisse zich verenigde met de monding van Maas en Merwede. Tegenwoordig ligt tussen Vlaardingen en Geervliet het uitgestrekte Botlekgebied, destijds was daar alleen maar water. 

De tol bij Geervliet was een legale voortzetting van de ‘tolheffing’ (lees afpersing) vanuit Vlaardingen die graaf Dirk III in 1018 in conflict had gebracht met de koning Hendrik II. Minder legaal was Floris’ praktijk om de toegestane heffing van 5% van de waarde van de vervoerde goederen te verhogen met toeslagen onder benamingen als geleidegeldbelasting en bede.

In dit geval waren het met name Vlaamse kooplieden die werden getroffen door deze praktijken. De route naar Brugge – op dat moment de belangrijkste handelsstad van Vlaanderen – liep niet via de Westerschelde, die toen nog slechts een onbeduidend stroompje was, en evenmin via de veel belangrijker Oosterschelde, maar via de Bernisse. Het onderstaande kaartje geeft een idee van de situatie ter plekke.

Dit kaartje is een fragment van een veel grotere kaart van Nederland omstreeks 1300, getekend door A.A. Beekman en uitgegeven in 1929. De kaart is inmiddels achterhaald door tal van latere onderzoeken, maar geeft niettemin een aardig beeld van de situatie met betrekking tot de toegang tot de haven van Brugge (links onder). De Schelde mondde uit in zee via de huidige Oosterschelde; de huidige Westerschelde (destijds Honte genaamd) was niet meer dan een stelsel van ondiepe kreken en stroompjes. De vaarroute van zee naar Brugge (aangegeven door een stippellijn) vermeed echter de Scheldemonding en liep vanaf de monding van Maas en Merwede via de Bernisse en andere binnenwateren naar Vlaanderen.

In eerste instantie volgde een soort strafexpeditie van de Vlaamse graaf, die succesvol verliep, maar per saldo geen effect sorteerde: Floris ging gewoon door met zijn extra heffingen.* Een tweede actie in 1166 liep echter rampzalig af voor de Hollandse graaf; hij werd gevangen genomen en meegevoerd naar Brugge.

Uiteindelijk kwam in 1167 een overeenkomst tot stand, waarvan de originele tekst bewaard is gebleven. Hij bevat vijftien artikelen, waarin de rechten van de Vlaamse kooplieden in Holland gedetailleerd waren vastgelegd, en waarin Floris de graaf van Vlaanderen moest erkennen als leenheer voor ‘Zeeland bewester Schelde’ (Walcheren en Noord- en Zuid-Beveland). 

De hele affaire was uitgelopen op een dramatische vernedering voor Floris. Overigens blijkt uit latere bronnen dat de persoonlijke verhoudingen tussen beide graven niet bijzonder hebben geleden onder deze confrontatie.

Voor ons is vooral interessant dat we aan het eind van deze oorkonde onder de namen van de 22 getuigen van graaf Floris opnieuw de naam van Jacob van Dussen aantreffen, nu gespeld als Iacobus de Dusna.

__________
* Volgens andere bronnen werd Floris al in 1165 gevangen genomen en was er helemaal geen tweede confrontatie.

[14 maart 2022]

Inhoud.

Eén opmerking over '19 Jacob van Dussen in Brugge'

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: